Duitse Wielrenners Tour De France

Nou, jongens en meisjes, laten we het eens even hebben over iets waar we als Nederlanders toch altijd een mening over hebben: de Tour de France. En dan specifiek: Duitse wielrenners in die Tour. Want laten we eerlijk zijn, de Tour is een beetje als een familiebijeenkomst. Iedereen is er, en iedereen heeft zo z’n eigen rol. En de Duitsers… tja, die zijn vaak de serieuze neven die stiekem toch heel hard proberen te bewijzen dat ze ook gezellig kunnen zijn.
Je kent het wel, je zit op de bank, biertje in de hand, de Tour flits over het scherm. Plotseling zie je een renner in een Duits shirt. Meteen denk je: “O ja, die is er ook nog!” Het is niet dat ze er niet zijn, natuurlijk zijn ze er. Maar ze springen er niet altijd meteen uit, alsof ze denken: "Rustig aan, niet té hard van stapel lopen, anders denken ze dat we opscheppers zijn." Terwijl wij Nederlanders juist dol zijn op een beetje branie en aanvalslust!
Of neem nou het commentaar. Als een Fransman valt, hoor je bijna de Marseillaise. Als een Belg wint, is het alsof de hele commentaarbox ontploft van vreugde. Maar als een Duitser wint… dan klinkt het meer als een “Ah, prima. Goed gedaan hoor. Netjes.” Een beetje alsof je complimenten krijgt van je opa. Lief, maar niet echt hartstochtelijk.
Must Read
De Geschiedenis: Van Didi Thurau tot Tony Martin
De Tour is niet nieuw voor onze oosterburen. We moeten niet vergeten dat er heus wel Duitse helden zijn geweest. Denk aan Didi Thurau in de jaren '70. Die reed gewoon in het geel! Dat was nog eens wat. Of Olaf Ludwig, de sprinter die in de jaren '90 menig etappe op zijn naam schreef. Dat waren tijden! Het was alsof de muur net gevallen was en Duitsland dacht: “Wij gaan even laten zien wat we kunnen!”
En dan natuurlijk Jan Ullrich. Oh, Jan Ullrich. De eeuwige tweede (of derde, laten we eerlijk zijn). Hij was de belofte, de hoop van Duitsland. Hij won 'm één keer, in 1997, en toen was het land in rep en roer. Eindelijk! Maar daarna… tja, toen kwam Lance Armstrong. En laten we het daar maar niet te lang over hebben. Het is alsof je naar een soap kijkt waar je eigenlijk al weet hoe het afloopt, maar je blijft toch kijken.

Meer recent hadden we Tony Martin, de ‘Panzerwagen’. Die man kon een tijdrit rijden alsof hij een tank bestuurde. Niemand die hem bij kon houden. Hij was niet de man van de bergen, maar op het vlakke wegdek was hij een beest. Je zag hem ploeteren, zwoegen, alsof hij eigenhandig de Duitse autobahn aan het asfalteren was. Respect!
Maar sinds Martin gestopt is... is het even wat stiller geworden rond de Duitse inbreng in de Tour. Hoewel, daar komt hopelijk verandering in. Met de opkomst van nieuwe talenten zoals... ja, je moet me even helpen, wie zijn eigenlijk de rising stars van het Duitse wielrennen op dit moment? Dat is misschien ook wel het probleem. Ze zijn er wel, maar ze dringen zich niet direct op. Ze wachten af, kijken de kat uit de boom. Beetje zoals wij doen als de schoonfamilie op bezoek komt. Je bent er wel, maar je probeert niet teveel op te vallen.
De Duitse Wielercultuur: Orde Moet Het Zijn
De Duitse aanpak in de wielersport is vaak heel… georganiseerd. Alles is gepland, berekend, geanalyseerd. Het is alsof ze de Tour zien als een ingewikkelde wiskundesom. Terwijl wij Nederlanders het meer zien als een grote speeltuin waar je lekker kunt ravotten en af en toe een valpartij voor lief neemt. Het is de bekende ‘Duitse Gründlichkeit’ in actie. Of je dat nu goed of slecht vindt, het is in ieder geval… anders.
:quality(70):focal(4155x2017:4165x2027)/cloudfront-eu-central-1.images.arcpublishing.com/thenational/4VRNNAISBDJC7GCGTOOA3U4NPY.jpg)
En dat zie je ook terug in de ploegen. Duitse ploegen staan vaak bekend om hun strakke discipline en hun focus op detail. Geen losse flodders, geen onnodige risico's. Alles moet kloppen. Dat kan natuurlijk heel effectief zijn, maar het kan ook een beetje… saai zijn. Het is een beetje alsof je naar een vergadering kijkt in plaats van naar een wielerkoers. Maar ja, smaken verschillen, zullen we maar zeggen.
Ik herinner me nog een keer dat ik een interview zag met een Duitse ploegleider. Hij legde uit hoe ze de route hadden geanalyseerd, de windrichting hadden berekend en de optimale positie van de renners hadden bepaald. Het was zo gedetailleerd dat ik bijna in slaap viel. Maar tegelijkertijd dacht ik ook: "Wauw, die nemen dit wel écht serieus."

De Toekomst: Komt Er Weer Een Duitse Tourwinnaar?
De grote vraag is natuurlijk: komt er ooit nog eens een Duitse Tourwinnaar? Dat is moeilijk te zeggen. Het wielrennen is veranderd, de concurrentie is moordend. Maar wie weet, misschien staat er wel ergens een jonge, talentvolle Duitse renner op die ons allemaal gaat verrassen. Een beetje zoals die ene keer dat je onverwachts een zes gooit met Yahtzee. Je had het niet verwacht, maar het gebeurt toch.
Wat ik hoop, is dat ze wat meer lef gaan tonen. Meer aanvallen, meer risico's nemen. Laat die Duitse degelijkheid even voor wat het is en laat die benen spreken! Want laten we eerlijk zijn, de Tour is het leukst als er gevochten wordt. En wie weet, misschien inspireert dat weer een hele generatie jonge Duitse wielrenners om het ook eens te proberen. En wie weet, komt er dan weer zo'n serieuze neef op de familiebijeenkomst die toch wel heel hard lacht.
Tot die tijd blijven we kijken en blijven we onze mening geven. Want dat is wat wij Nederlanders het liefste doen: lekker commentaar leveren op de Tour de France. En of het nou over Fransen, Belgen of Duitsers gaat, we hebben altijd wel iets te zeggen. Proost!
