Eh Carr 20 Years Crisis

Oké, dus. Stel je voor, je zit in een café, lekker biertje in de hand, beetje te filosoferen over het wereldleed. Iemand roept: "Hey, wie kent E.H. Carr's The Twenty Years' Crisis?" Grote kans dat de helft van de mensen wegkijkt alsof je een rare aandoening hebt. Maar geloof me, het is echt boeiender dan het klinkt. En we gaan er vandaag een soort mini-cliffnotes van maken, maar dan met meer humor en minder droge academische taal. Beloofd!
Een recept voor ellende: Tussen de oorlogen
The Twenty Years' Crisis, gepubliceerd in 1939, is Carr's analyse van de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Dus, zeg maar, de twintig jaar tussen 1919 en 1939. Een periode die we achteraf kunnen bestempelen als...een gigantische clusterfuck. Je hebt de economische chaos van de Grote Depressie, de opkomst van het fascisme, en een algemeen gevoel van "oh god, we gaan dit opnieuw doen, hè?".
Carr zag het als zijn missie om uit te leggen waarom de internationale betrekkingen zo'n zooitje waren. Hij had een hele duidelijke mening: het was allemaal de schuld van... (tromgeroffel) ...het idealisme!
Must Read
Ja, je leest het goed. Idealisme. Klinkt nobel, toch? Stel je voor: iedereen houdt van iedereen, we zingen liedjes bij het kampvuur, en oorlog is alleen iets uit geschiedenisboekjes. Nou, volgens Carr was dat dus compleet naïef en zelfs gevaarlijk. Hij noemde idealisten smalend "utopians". Beetje gemeen, maar wel recht voor z'n raap. Alsof hij zei: "Hou op met dagdromen en kijk naar de keiharde realiteit!"
Wat is idealisme precies? (En waarom vond Carr het zo stom?)
In de internationale betrekkingen betekent idealisme ongeveer dit:

- Oorlog is een fout: Het is niet onvermijdelijk, we kunnen het voorkomen door redelijk te zijn en samen te werken. Klinkt goed, toch?
- Internationaal recht en organisaties zijn de oplossing: De Volkenbond (de voorloper van de VN) zou de vrede bewaren door conflicten op te lossen. Alsof je zegt: "Weet je, laten we gewoon regels maken en dan houdt iedereen zich er aan."
- Morele principes zijn belangrijker dan macht: Landen moeten zich ethisch gedragen, zelfs als het ze nadeel oplevert. Goed doen, ook al kost het je wat.
Carrs probleem hiermee? Hij vond het allemaal bullshit. Hij geloofde dat macht en eigenbelang de drijvende krachten waren in de internationale politiek. Alsof hij zei: "Mensen zijn gewoon egoïstische apen, laten we daar eerlijk over zijn!"
Realistisch bekeken: Power to the people (met macht)
Carr was een fan van het realisme. (Niet te verwarren met de schilderkunst.) Het realisme zegt:

- Macht is alles: Landen streven altijd naar meer macht en invloed. Het is een soort constant gevecht om de beste positie.
- Eigenbelang eerst: Landen zullen altijd hun eigen belangen voorop stellen, zelfs als dat ten koste gaat van anderen. "Sorry, buurland, maar we hebben die grondstoffen echt nodig."
- Moraliteit is relatief: Er is geen universele moraal in de internationale politiek. Wat goed is voor het ene land, kan slecht zijn voor het andere. "Eén mans terrorist is een ander mans vrijheidsstrijder," weet je wel?
- Internationale betrekkingen is een anarchie: Er is geen wereldregering die de baas is. Iedereen doet maar wat.
Carr vond dat idealisten deze realiteit negeerden, waardoor ze de wereld verkeerd begrepen en ineffectief werden. Hij zag de Volkenbond als een machteloze club van idealisten die geen idee hadden hoe de echte wereld werkte. Alsof hij zei: "Ze spelen Risk met monopoly geld!"
Een beetje paradoxaal...
Het is trouwens wel grappig. Carr bekritiseerde het idealisme, maar hij geloofde zelf ook in een betere wereld. Hij wilde alleen dat we realistisch waren over hoe we die wereld konden bereiken. Beetje zoals zeggen: "Ik wil vrede, maar ik ga het bereiken met een tank!"
De erfenis van de crisis
The Twenty Years' Crisis is nog steeds een belangrijk boek in de internationale betrekkingen. Het heeft een grote invloed gehad op de manier waarop we denken over macht, eigenbelang en moraliteit. Er worden nog steeds papers over geschreven, en studenten zuchten nog steeds als ze het moeten lezen. (Sorry, studenten!)

Waarom is het nog steeds relevant?
Nou, kijk eens om je heen! Zijn alle problemen opgelost? Is er wereldvrede? Nee, toch? De wereld zit nog steeds vol conflicten, machtsstrijd en eigenbelang. Of het nou gaat om de oorlog in Oekraïne, de economische rivaliteit tussen de VS en China, of klimaatverandering, Carr's ideeën zijn nog steeds relevant om te begrijpen wat er gaande is.
- Realistische analyse: Carr's nadruk op macht en eigenbelang helpt ons om de motivaties van landen te begrijpen. Waarom doet een land wat het doet? Volg het geld, volg de macht.
- Kritiek op naïviteit: Het herinnert ons eraan dat we niet naïef moeten zijn over de internationale politiek. Hoop is goed, maar blind optimisme is gevaarlijk.
- Debat over moraliteit: Het dwingt ons om na te denken over de rol van moraliteit in de internationale betrekkingen. Kunnen we van landen verwachten dat ze zich ethisch gedragen als het ze nadeel oplevert? Lastige vraag, hè?
Misschien denk je nu: "Oké, Carr was een cynische klootzak." Maar hij was ook een slimme klootzak. Hij dwong ons om eerlijk te zijn over de donkere kant van de menselijke natuur en de internationale politiek. En dat is, hoe ongemakkelijk ook, nog steeds belangrijk.

Dus...wat moeten we nu?
Carr zou waarschijnlijk zeggen: stop met dromen over een perfecte wereld en focus op het beheersen van de risico's en het beschermen van onze eigen belangen. Maar hij zou ook zeggen dat we niet moeten vergeten dat moraliteit en samenwerking belangrijk zijn, zolang we realistisch blijven over de grenzen ervan.
Het is een lastige balans, maar hey, het leven is zelden makkelijk. Dus pak nog een biertje, denk erover na, en wie weet kom je zelf tot nieuwe inzichten. En als iemand je weer vraagt over The Twenty Years' Crisis, kun je tenminste zeggen dat je er iets meer van weet dan de gemiddelde cafébezoeker.
En onthoud: Het enige constante in de internationale politiek is verandering...en misschien wel de menselijke neiging tot chaos. Proost!
