The Eyes Of The Skin

Oké, even een bekentenis. Ik ben ooit, lang geleden, keihard uitgelachen toen ik enthousiast vertelde over een nieuw gebouw in de stad. "Zo'n prachtige gevel! Het licht! De textuur!", riep ik. Waarop iemand droogjes opmerkte: "Oh, dus je vindt het er gewoon mooi uitzien?" Uh… ja? Was dat verboden dan? Blijkbaar wel, in sommige architectuurkringen. Het was alsof ik 'stijlvol' had verward met 'McDonald's'. Maar hey, ik vond het mooi! En dat bracht me aan het denken…
Want wat is er mis met de ervaring van een gebouw, puur op basis van wat je ziet? Waarom moet alles rationeel, functioneel en doordacht zijn? Dat brengt me bij een boek dat mijn kijk op architectuur (en eigenlijk de hele wereld) een beetje heeft veranderd: "The Eyes of the Skin: Architecture and the Senses" van Juhani Pallasmaa.
Wat is 'The Eyes of the Skin' eigenlijk?
Even kort door de bocht (want anders wordt dit een Wikipedia-pagina): Pallasmaa beargumenteert dat de moderne architectuur veel te veel gericht is op het visuele en dat we daardoor de andere zintuigen compleet vergeten. En dat is jammer! Sterker nog, het is volgens hem schadelijk voor onze ervaring van de wereld. Hij stelt dat we gebouwen, ruimtes, kortom, de gebouwde omgeving, veel rijker ervaren als we ook onze andere zintuigen erbij betrekken: gehoor, tast, reuk, zelfs smaak (al zal dat laatste vooral figuurlijk zijn, denk ik!).
Must Read
Denk even na: loop je liever door een steriele, witte gang met tl-verlichting, of door een oud bos met het geluid van vogels en de geur van aarde? Ik weet het wel!
Het primaat van het visuele
Pallasmaa stelt dat we in een soort visuele cultuur leven, waar zien het belangrijkste (en soms enige) zintuig is. Architectuur wordt vaak gereduceerd tot foto's in glossy magazines. Mooie plaatjes! Maar wat zegt dat nou over de werkelijke ervaring van de ruimte? Niets, toch? (Denk aan al die perfecte Instagram-huizen waar je in het echt waarschijnlijk niet eens zou kunnen ademen.)

Hij noemt dit het "cartesiaanse drama", naar Descartes, de filosoof die het denken (cogito ergo sum) boven alles plaatste. In de architectuur vertaalt dit zich naar een overdreven nadruk op intellectueel ontwerp en visuele concepten. Het gevolg? Gebouwen die misschien wel interessant zijn om te bekijken, maar onaangenaam om in te leven.
Waarom is dit belangrijk?
Waarom zou je je hier druk over maken? Is het niet allemaal wat zweverig? Nee! (vind ik dan.) Pallasmaa's argument is dat het overslaan van andere zintuigen leidt tot een vervreemding van de wereld en van onszelf. We worden oppervlakkiger, minder empathisch en verliezen het contact met onze eigen lichamelijkheid. Heftig, hè?
- Verlies van intimiteit: Steriele ruimtes voelen koud en onpersoonlijk aan. Ze nodigen niet uit tot verbinding of reflectie.
- Afname van creativiteit: Een stimulerende omgeving, die alle zintuigen prikkelt, kan juist creativiteit en innovatie bevorderen.
- Verminderde zintuiglijke waarneming: Als we onze andere zintuigen niet gebruiken, worden ze 'lui'. We verliezen het vermogen om subtiele nuances in onze omgeving waar te nemen.
Dus, eigenlijk zegt Pallasmaa dat we ons zelf tekort doen als we alleen maar naar architectuur kijken. We moeten het ook voelen, horen, ruiken. Alleen dan kunnen we de volle rijkdom van de gebouwde omgeving ervaren.

De andere zintuigen aan het werk
Oké, genoeg theorie. Laten we eens kijken hoe die andere zintuigen dan een rol spelen in de architectuur:
Gehoor
Denk aan het geluid van regen op een dakraam, het echoën van stemmen in een kathedraal, of het zachte ruisen van de wind door de bomen in een park. Geluid kan een ruimte compleet veranderen! (Heb je ooit in een volledig geluidsdichte kamer gestaan? Super creepy, toch?)
Tast
De textuur van een ruwe stenen muur, de gladheid van een gepolijste houten vloer, de warmte van een open haard… Aanraking is essentieel voor onze beleving van een ruimte. (Voel maar eens het verschil tussen een betonnen muur en een wollen deken.)

Reuk
De geur van vers gebakken brood in een bakkerij, de muffe geur van een oud boek in een bibliotheek, de frisse geur van dennennaalden in een bos… Geur kan herinneringen oproepen en een sterke emotionele impact hebben. (Ruik je ooit iets dat je meteen terugbrengt naar je kindertijd? Magisch, toch?)
Wat kunnen we hiermee?
Dus, wat kunnen we met deze inzichten? Allereerst, bewustwording! Ga eens anders door een gebouw. Let niet alleen op het uiterlijk, maar ook op de geluiden, de texturen, de geuren. Voel de ruimte met al je zintuigen. Misschien ontdek je wel heel nieuwe dingen.
Voor architecten betekent dit dat ze verder moeten kijken dan het visuele. Ze moeten nadenken over hoe hun ontwerp alle zintuigen kan prikkelen. Hoe kan de ruimte aanvoelen, klinken, ruiken? Hoe kan het de ervaring van de gebruiker verrijken?

Tips voor een zintuiglijke architectuur
- Gebruik natuurlijke materialen: Hout, steen, klei hebben een rijke textuur en een aangename geur.
- Zorg voor een goede akoestiek: Vermijd kale, echoënde ruimtes. Gebruik zachte materialen om geluid te dempen.
- Integreer groen: Planten brengen leven, kleur en geur in een ruimte.
- Speel met licht: Natuurlijk licht is essentieel, maar ook kunstlicht kan sfeer creëren.
- Denk aan de routing: Hoe beweegt iemand door de ruimte? Welke ervaringen willen we creëren?
En voor degenen die denken dat dit allemaal te idealistisch is: het hoeft niet perfect! Het gaat erom dat we ons bewust zijn van het belang van de andere zintuigen en dat we proberen om ze te integreren in onze leefomgeving.
Conclusie
“The Eyes of the Skin” is geen pleidooi om het visuele aspect van architectuur te negeren. Het is een pleidooi voor een holistische benadering, waarbij alle zintuigen worden betrokken. Een architectuur die niet alleen mooi is om naar te kijken, maar ook aangenaam is om in te leven. Een architectuur die ons verbindt met onszelf, met elkaar en met de wereld om ons heen.
Dus, de volgende keer dat je een gebouw bewondert (of juist afkeurt), denk dan eens verder dan het uiterlijk. Sluit je ogen, adem diep in en ervaar de ruimte met al je zintuigen. Misschien word je wel verrast door wat je ontdekt! (En als iemand je uitlacht omdat je het mooi vindt… who cares? Jij hebt gelijk! 😉)
